19751027

BOOT IV (1613-1663)

Al voor het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) blijken nieuwe uitbreidingsplannen noodzakelijk, vooral ook voor de groeiende elite. Tussen 1613 en 1625 wordt de Derde Uitleg gerealiseerd.

 J.Blaeu, “Amstelodami Celeberrimi Hollandiae Emporii Delineatio Nova” (1649)

In eerste instantie is die uitleg onderdeel van een veel groter plan dat de hele ring van westelijk Amsterdam tot aan de Amstel omvat. De stad vindt het echter te groot om in één keer te voltooien. Als eerste wordt de Herengracht recht getrokken en verbreed. In 1614 wordt de Prinsengracht vanaf de Brouwersgracht uitgegraven tot aan ongeveer de Leidsegracht, en in 1615 volgt de Keizersgracht. De bouwpercelen zijn opgehoogd met zand, afkomstig uit het Gooi of de duinen achter Haarlem.

De Westelijke Eilanden worden rond 1620 aangelegd volgens hetzelfde model als eilanden aan de oostkant, die inmiddels vol raken. Aan de westkant krijgt de West-Indische Compagnie beschikking over ruimte voor nieuwe pakhuizen en scheepswerven.

Ook in de Jordaan wordt druk gebouwd op een tamelijk onlogisch stratenpatroon, gebaseerd op voormalige sloten. Vanwege het ontbreken van een gedetailleerd plan en de geringe bemoeienis door het stadsbestuur, sluiten de bruggen over de Prinsengracht niet aan op de straten. Hier is het goedkoper om de bestaande verkaveling te handhaven. In de Jordaan komt stinkende en vervuilende bedrijvigheid, die uit de oude stad wordt geweerd.

Begin 17e eeuw beginnen Amsterdamse kooplieden te investeren in steenfabrieken langs de Utrechtse Vecht. De geproduceerde bakstenen en dakpannen vinden gretig aftrek in hun thuisstad.

De bouwactiviteiten bereiken een voorlopig hoogtepunt rond 1644, als het Nieuwe Waalseiland wordt aangeplempt. In 1653 volgt een dieptepunt als gevolg van een economische crisis. 

Vierde Uitleg
Het stadsbestuur geeft in 1656 goedkeuring voor de Vierde Uitleg. In 1658 worden de Prinsengracht en de Keizersgracht door getrokken tot aan de Amstel. Deze uitleg voorziet ook in verdedigingswerken om de Oostelijke Eilanden te beschermen. De stadsuitbreiding is gestimuleerd door een overvloed aan kapitaal voor luxe consumptie, belegging en speculatie.

Tussen 1660 en 1662 wordt de hele "voorstad", het woongebied van buitenpoorters net buiten de stad, afgebroken. Een deel van die voorstad is in de Derde Uitleg al onderdeel van de Jordaan geworden.

In december 1663 begint de verkoop van de bouwkavels aan particulieren. Door de pestepidemieën tussen 1664 en 1667 neemt de vraag naar woningen af. De verkoop van de percelen komt vrijwel stil te liggen in het Rampjaar van 1672. Op veel plekken liggen bouwpercelen braak. Pas in de jaren 1680 komen de investeringen weer op gang. Al die tijd lagen op de Herengracht bouwpercelen braak. In 1685 leidt de herroeping van het Edict van Nantes tot een vluchtelingenstroom van Franse protestanten naar de stad en neemt de bouwactiviteit weer aanzienlijk toe.

In het begin van de achttiende eeuw krijgt de grachtengordel min of meer zijn definitieve vorm.
De Vierde Uitleg is afgestemd op de snelle bevolkingsgroei van de 17e eeuw. Die prognose blijkt echter te rooskleurig. Amsterdam is over zijn hoogtepunt heen. De stad blijft tot 1735 wel groeien, maar veel minder dan eerder aangenomen. Stedelijke instellingen zoals de Hortus en liefdadigheidsinstellingen, zoals de Amstelhof krijgen de beschikking over onbenutte ruimte. De Plantagebuurt wordt een wandelgebied.

Op deze kaart (van Frederik de Wit in 1688) is te zien hoe de uitbreiding van de stad min of meer abrupt ophoudt bij de Amstel.